Bevorderingsnormen bovenbouw

Algemene bepalingen
Een leerling die voldoet aan de bevorderingsnorm is zonder meer bevorderd naar het volgende leerjaar.
Een leerling die niet voldoet aan de bevorderingsnorm wordt besproken in de docentenvergadering. De docentenvergadering beslist aan het einde van het schooljaar uiteindelijk over de bevordering. Daarbij kan worden afgeweken van de geformuleerde bevorderingsnormen.
Een leerling die tweemaal wordt afgewezen voor hetzelfde leerjaar, moet de schoolloopbaan vervolgen op een ander (lager) schoolniveau.
Een leerling die in een bepaald leerjaar is blijven zitten en in een daaropvolgend leerjaar wederom niet wordt bevorderd, moet de schoolloopbaan vervolgen op een ander (lager) schoolniveau.

Een havo-leerling wordt “cum laude” bevorderd als het gemiddelde van alle vakken 8,0 of hoger is en alle cijfers op het eindrapport 6 of hoger zijn. Een havoleerling wordt “met genoegen” bevorderd als het gemiddelde van alle vakken hoger is dan 7,0 en alle cijfers op het eindrapport 6 of hoger zijn. Er wordt gekeken naar de rapportcijfers afgerond op gehelen. Het vak LO telt niet mee voor de bepaling “cum laude” of “met genoegen”.

Een vwo-leerling wordt “cum laude” bevorderd als het gemiddelde van alle vakken 8,0 of hoger is en alle cijfers op het eindrapport 7 of hoger zijn. Een vwo-leerling wordt “met genoegen” bevorderd als het gemiddelde van alle vakken 7,5 of hoger is en alle cijfers op het eindrapport 6 of hoger zijn. Er wordt gekeken naar de rapportcijfers afgerond op gehelen. Het vak LO telt niet mee voor de bepaling “cum laude” of “met genoegen”.

Bevorderingsnorm 4 havo naar 5 havo
Om bevorderd te worden naar 5 havo, moet een leerling aan een aantal eisen voldoen op het eindrapport. Hierbij worden de eindcijfers voorafgaand aan de bevordering afgerond op gehele cijfers. Het combinatiecijfer telt mee als één eindcijfer en bestaat uit het gemiddelde van de eindcijfers voor de vakken levensbeschouwing en CKV.
1. De leerling heeft maximaal één keer het eindcijfer 5 in de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde.
2. De leerling haalt maximaal één keer het eindcijfer 5 (één verliespunt) en al de andere eindcijfers zijn 6 of hoger.
3. De leerling haalt maximaal één keer het eindcijfer 4 (twee verliespunten) en al de andere cijfers zijn 6 of hoger. Het gemiddelde van al de eindcijfers moet dan wel tenminste 6,0 zijn.
4. De leerling haalt maximaal twee keer het eindcijfer 5 (twee verliespunten), of één 4 en één 5 (drie verliespunten), en al de andere cijfers zijn 6 of hoger. Het gemiddelde van al de eindcijfers moet dan wel tenminste 6,0 zijn.
5. Voor het vak lichamelijke opvoeding moet tenminste een voldoende als eindresultaat zijn behaald. Dit vak staat wel op het rapport maar weegt niet mee in het gemiddelde van de eindcijfers.
6. Voor alle vakken dient een eventueel handelingsdeel, zoals omschreven in het PTA, naar behoren te zijn afgerond.

Bevorderingsnorm 4 vwo naar 5 vwo
Om bevorderd te worden naar 5 vwo, moet een leerling aan een aantal eisen voldoen op het eindrapport. Hierbij worden de eindcijfers voorafgaand aan de bevordering afgerond op gehele cijfers. Het vak CKV telt in 4 vwo niet mee in de bevorderingsnorm en wordt niet op het rapport vermeld.
1. De leerling heeft maximaal één keer het eindcijfer 5 in de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde.
2. De leerling haalt maximaal één keer het eindcijfer 5 (één verliespunt) en al de andere eindcijfers zijn 6 of hoger.
3. De leerling haalt maximaal één keer het eindcijfer 4 (twee verliespunten) en al de andere cijfers zijn 6 of hoger. Het gemiddelde van al de eindcijfers moet dan wel tenminste 6,0 zijn.
4. De leerling haalt maximaal twee keer het eindcijfer 5 (twee verliespunten), of één 4 en één 5 (drie verliespunten), en al de andere cijfers zijn 6 of hoger. Het gemiddelde van al de eindcijfers moet dan wel tenminste 6,0 zijn.
5. Voor het vak lichamelijke opvoeding moet tenminste een voldoende als eindresultaat zijn behaald. Dit vak staat wel op het rapport maar weegt niet mee in het gemiddelde van de eindcijfers.
6. Voor alle vakken dient een eventueel handelingsdeel, zoals omschreven in het PTA, naar behoren te zijn afgerond.

Bevorderingsnorm 5 vwo naar 6 vwo
Om bevorderd te worden naar 6 vwo, moet een leerling aan een aantal eisen voldoen op het eindrapport. Hierbij worden de eindcijfers voorafgaand aan de bevordering afgerond op gehele cijfers. Het combinatiecijfer telt mee als één eindcijfer en bestaat uit het gemiddelde van de eindcijfers voor de vakken levensbeschouwing, CKV en maatschappijleer.
1. De leerling heeft maximaal één keer het eindcijfer 5 in de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde.
2. De leerling haalt maximaal één keer het eindcijfer 5 (één verliespunt) en al de andere eindcijfers zijn 6 of hoger.
3. De leerling haalt maximaal één keer het eindcijfer 4 (twee verliespunten) en al de andere cijfers zijn 6 of hoger. Het gemiddelde van al de eindcijfers moet dan wel tenminste 6,0 zijn.
4. De leerling haalt maximaal twee keer het eindcijfer 5 (twee verliespunten), of één 4 en één 5 (drie verliespunten), en al de andere cijfers zijn 6 of hoger. Het gemiddelde van al de eindcijfers moet dan wel tenminste 6,0 zijn.
5. Voor het vak lichamelijke opvoeding moet tenminste een voldoende als eindresultaat zijn behaald. Dit vak staat wel op het rapport maar weegt niet mee in het gemiddelde van de eindcijfers.
6. Voor alle vakken dient een eventueel handelingsdeel, zoals omschreven in het PTA, naar behoren te zijn afgerond.