Overgangsnormen

Rapporten

Het schooljaar is in drie periodes verdeeld, na elke periode is er een rapport. Het eindrapport is het gemiddelde van alle behaalde cijfers van het schooljaar. Voor de bevordering worden deze cijfers afgerond op gehelen. Het eerste en twee rapport zijn tussenstanden van het berekende jaarcijfer, de stand van zaken van dat moment.

Overgangsnormen brugklas

De volgende bevorderingsnormen gelden voor de brugklas >>lees meer

Toelichting:
- Het cijfer 5 levert 1 verliespunt op
- Het cijfer 4 levert 2 verliespunten op
- Totstandkoming cijfers bij kolom ‘score’: voortschrijdend gemiddelde
- Kolom ‘score’ = optelsom van afgeronde hele cijfers.
- Leerlingscore: optelsom afgeronde hele cijfers – verliespunten.
Met dit gegeven wordt naar de kolom ‘score’ gekeken.

Bespreekgebied: Waar letten we onder andere op?
- Heeft de leerling voldoende aanleg om een diploma te behalen op het OLV?
- Is er sprake van voldoende inzet en motivatie?
- Is er voldoende perspectief m.b.t. Nederlands / Engels / wiskunde? (kernvakken slaag-zakregeling)
- De opbouw van de cijferlijst wat de overige vakken betreft;
- Op welke wijze is afronding van het jaarcijfer tot stand gekomen?
- Hoe is de opbouw van de cijferlijst bij de verschillende perioden?

Een leerling die t/m periode 2 (rap2) bevorderbaar is maar daarna niet meer, wordt altijd besproken.
Een leerling die gedoubleerd is in de brugklas, wordt altijd besproken.

Overgangsnormen klas 2 en 3

Algemene bepalingen
1. Een leerling van klas 2 die de brugklas of de tweede klas heeft gedoubleerd, mag dit schooljaar niet weer doubleren; een leerling van klas 3 die de tweede of de derde klas heeft gedoubleerd, mag dit schooljaar niet weer doubleren.
2. Een 5 telt voor één verliespunt, een 4 voor twee en een 3 of minder telt voor drie verliespunten. Er wordt gekeken naar de rapportcijfers afgerond op gehelen.
3. Een 3 of minder levert altijd bespreking op.
4. Een leerling wordt óf bevorderd óf afgewezen, al dan niet na bespreking.
5. Met bespreekzone wordt bedoeld de situatie waarbij de docentenvergadering beslist of de leerling bevorderd kan worden.
6. In de bespreekzone wordt gelet op:
- aanleg
- inzet en motivatie
- perspectief m.b.t. de kernvakken Nederlands, Engels, wiskunde
- opbouw van de cijferlijst
- afronding van de cijfers
- ontwikkeling cijfers gedurende het schooljaar
7. Voor bevordering van 2 gymnasium naar 3 atheneum telt het vak GLTC niet mee.
8. Een havoleerling wordt “cum laude” bevorderd als het gemiddelde van alle vakken 8,0 of hoger is en alle cijfers op het eindrapport 6 of hoger zijn. Een havoleerling wordt “met genoegen” bevorderd als het gemiddelde van alle vakken hoger is dan 7,0 en alle cijfers op het eindrapport 6 of hoger zijn. Er wordt gekeken naar de rapportcijfers afgerond op gehelen.
Een vwo-leerling wordt “cum laude” bevorderd als het gemiddelde van alle vakken 8,0 of hoger is en alle cijfers op het eindrapport 7 of hoger zijn. Een vwo-leerling wordt “met genoegen” bevorderd als het gemiddelde van alle vakken 7,5 of hoger is en alle cijfers op het eindrapport 6 of hoger zijn. Er wordt gekeken naar de rapportcijfers afgerond op gehelen.
9. De docentenvergadering kan bij de overgang in bepaalde situaties besluiten af te wijken van de hier geformuleerde regels.

Overgangsnorm klas 2 naar 3

Een leerling wordt bevorderd als aan de volgende eisen is voldaan:
1. een gemiddelde van 6,0 of meer;
2. hoogstens drie verliespunten. Echter deze drie verliespunten mogen niet alleen in de drie kernvakken (Nederlands, Engels en wiskunde) zitten
Een leerling wordt afgewezen bij één van de volgende situaties:
1. vier verliespunten en een gemiddelde van 6,0 of minder.
2. vijf of meer verliespunten.
In overige gevallen beslist de docentenvergadering (bespreekzone).

Overgangsnorm klas 3 naar 4

Een leerling wordt bevorderd als aan de volgende eisen is voldaan:
1. hoogstens drie verliespunten. Echter deze drie verliespunten mogen niet alleen in de drie kernvakken (Nederlands, Engels en wiskunde) zitten.
2. voor de verplichte en gekozen vakken een gemiddelde van 6,0 of meer, waarbij maximaal 1x4 óf 2x5 óf 1x5 + 1x4 behaald is.
Een leerling wordt afgewezen met vijf of meer verliespunten.
In overige gevallen beslist de docentenvergadering (bespreekzone).

Omstroomprocedure onderbouw havo naar vwo

Over een verzoek tot omstroom van havo naar vwo kan uitsluitend tijdens de rapport- vergaderingen een besluit genomen worden.
Om voor bespreking in aanmerking te komen, dient aan de volgende drie voorwaarden voldaan te worden:
1. het cijfergemiddelde is 7,5 of hoger
2. de cijferlijst kent geen onvoldoendes
3. er is voldoende ruimte op het vwo.
In alle gevallen ligt de beslissing bij de docentenvergadering.

Omstroomprocedure onderbouw van 3 vwo naar 3 havo, tussentijds

De leerling komt hiervoor uiterlijk tijdens de tweede rapportvergadering in aanmerking als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
1. het rapport biedt geen redelijk perspectief voor bevordering naar een volgend leerjaar;
2. een leerling heeft zich naar behoren ingezet;
3. er is ruimte op de afdeling havo.
In alle gevallen ligt de beslissing bij de docentenvergadering.
Bevorderingsnorm van 3 vwo naar 4 havo
De leerling kan bevorderd worden naar 4 havo als aan de volgende eisen is voldaan:
1. maximaal vier verliespunten bij de verplichte en gekozen vakken in het gekozen havo-profiel;
2. maximaal zes onvoldoendes op de hele lijst.

Overgangsnormen bovenbouw

Algemene bepalingen
Een leerling die voldoet aan de bevorderingsnorm is zonder meer bevorderd naar het volgende leerjaar.
Een leerling die niet voldoet aan de bevorderingsnorm wordt besproken in de docentenvergadering. De docentenvergadering beslist aan het einde van het schooljaar uiteindelijk over de bevordering. Daarbij kan worden afgeweken van de geformuleerde bevorderingsnormen.
Een leerling die tweemaal wordt afgewezen voor hetzelfde leerjaar, moet de schoolloopbaan vervolgen op een ander (lager) schoolniveau.
Een leerling die in een bepaald leerjaar is blijven zitten en in een daaropvolgend leerjaar wederom niet wordt bevorderd, moet de schoolloopbaan vervolgen op een ander (lager) schoolniveau.

Een havo-leerling wordt “cum laude” bevorderd als het gemiddelde van alle vakken 8,0 of hoger is en alle cijfers op het eindrapport 6 of hoger zijn. Een havoleerling wordt “met genoegen” bevorderd als het gemiddelde van alle vakken hoger is dan 7,0 en alle cijfers op het eindrapport 6 of hoger zijn. Er wordt gekeken naar de rapportcijfers afgerond op gehelen. Het vak LO telt niet mee voor de bepaling “cum laude” of “met genoegen”.

Een vwo-leerling wordt “cum laude” bevorderd als het gemiddelde van alle vakken 8,0 of hoger is en alle cijfers op het eindrapport 7 of hoger zijn. Een vwo-leerling wordt “met genoegen” bevorderd als het gemiddelde van alle vakken 7,5 of hoger is en alle cijfers op het eindrapport 6 of hoger zijn. Er wordt gekeken naar de rapportcijfers afgerond op gehelen. Het vak LO telt niet mee voor de bepaling “cum laude” of “met genoegen”.

Bevorderingsnorm 4 havo naar 5 havo
Om bevorderd te worden naar 5 havo, moet een leerling aan een aantal eisen voldoen op het eindrapport. Hierbij worden de eindcijfers voorafgaand aan de bevordering afgerond op gehele cijfers. Het combinatiecijfer telt mee als één eindcijfer en bestaat uit het gemiddelde van de eindcijfers voor de vakken levensbeschouwing en CKV.
1. De leerling heeft maximaal één keer het eindcijfer 5 in de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde.
2. De leerling haalt maximaal één keer het eindcijfer 5 (één verliespunt) en al de andere eindcijfers zijn 6 of hoger.
3. De leerling haalt maximaal één keer het eindcijfer 4 (twee verliespunten) en al de andere cijfers zijn 6 of hoger. Het gemiddelde van al de eindcijfers moet dan wel tenminste 6,0 zijn.
4. De leerling haalt maximaal twee keer het eindcijfer 5 (twee verliespunten), of één 4 en één 5 (drie verliespunten), en al de andere cijfers zijn 6 of hoger. Het gemiddelde van al de eindcijfers moet dan wel tenminste 6,0 zijn.
5. Voor het vak lichamelijke opvoeding moet tenminste een voldoende als eindresultaat zijn behaald. Dit vak staat wel op het rapport maar weegt niet mee in het gemiddelde van de eindcijfers.
6. Voor alle vakken dient een eventueel handelingsdeel, zoals omschreven in het PTA, naar behoren te zijn afgerond.

Overgangsnorm 4 vwo naar 5 vwo
Om bevorderd te worden naar 5 vwo, moet een leerling aan een aantal eisen voldoen op het eindrapport. Hierbij worden de eindcijfers voorafgaand aan de bevordering afgerond op gehele cijfers. Het vak CKV telt in 4 vwo niet mee in de overgangsnorm en wordt niet op het rapport vermeld.
1. De leerling heeft maximaal één keer het eindcijfer 5 in de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde.
2. De leerling haalt maximaal één keer het eindcijfer 5 (één verliespunt) en al de andere eindcijfers zijn 6 of hoger.
3. De leerling haalt maximaal één keer het eindcijfer 4 (twee verliespunten) en al de andere cijfers zijn 6 of hoger. Het gemiddelde van al de eindcijfers moet dan wel tenminste 6,0 zijn.
4. De leerling haalt maximaal twee keer het eindcijfer 5 (twee verliespunten), of één 4 en één 5 (drie verliespunten), en al de andere cijfers zijn 6 of hoger. Het gemiddelde van al de eindcijfers moet dan wel tenminste 6,0 zijn.
5. Voor het vak lichamelijke opvoeding moet tenminste een voldoende als eindresultaat zijn behaald. Dit vak staat wel op het rapport maar weegt niet mee in het gemiddelde van de eindcijfers.
6. Voor alle vakken dient een eventueel handelingsdeel, zoals omschreven in het PTA, naar behoren te zijn afgerond.

Overgangsnorm 5 vwo naar 6 vwo

Om bevorderd te worden naar 6 vwo, moet een leerling aan een aantal eisen voldoen op het eindrapport. Hierbij worden de eindcijfers voorafgaand aan de bevordering afgerond op gehele cijfers. Het combinatiecijfer telt mee als één eindcijfer en bestaat uit het gemiddelde van de eindcijfers voor de vakken levensbeschouwing, CKV en maatschappijleer.
1. De leerling heeft maximaal één keer het eindcijfer 5 in de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde.
2. De leerling haalt maximaal één keer het eindcijfer 5 (één verliespunt) en al de andere eindcijfers zijn 6 of hoger.
3. De leerling haalt maximaal één keer het eindcijfer 4 (twee verliespunten) en al de andere cijfers zijn 6 of hoger. Het gemiddelde van al de eindcijfers moet dan wel tenminste 6,0 zijn.
4. De leerling haalt maximaal twee keer het eindcijfer 5 (twee verliespunten), of één 4 en één 5 (drie verliespunten), en al de andere cijfers zijn 6 of hoger. Het gemiddelde van al de eindcijfers moet dan wel tenminste 6,0 zijn.
5. Voor het vak lichamelijke opvoeding moet tenminste een voldoende als eindresultaat zijn behaald. Dit vak staat wel op het rapport maar weegt niet mee in het gemiddelde van de eindcijfers.
6. Voor alle vakken dient een eventueel handelingsdeel, zoals omschreven in het PTA, naar behoren te zijn afgerond.